Wet Kwaliteitsborging aangenomen

Op 14 mei heeft de Eerste Kamer ingestemd met de nieuwe wet voor Kwaliteitsborging voor het bouwen. Wat gaat dit betekenen?

In een notendop houdt de nieuwe wetgeving in dat bouwplannen getoetst moeten gaan worden door onafhankelijke en private kwaliteitscontroleurs. Gecertificeerde bedrijven gaan dus besluiten of het werk aan alle wettelijke bouwvoorschriften voldoet.

Aansprakelijkheid

Met het nieuwe stelsel worden bouwers zelf meer aansprakelijk voor hun geleverde kwaliteit, vanwege de aanscherping van de wettelijke aansprakelijkheid van de aannemer. Hierdoor worden consumenten uiteindelijk beter beschermd, bijvoorbeeld bij situaties waarbij gebreken optreden na oplevering.

Bestuursakkoord

Dat de nieuwe wet is aangenomen, is een bijzonder moment voor de bouwwereld. Niet alleen voor de impact die het gaat hebben op de bouwsector, maar ook door het traject dat is afgelegd. In 2017 nam de Tweede Kamer het voorstel van het kabinet al aan, met een ruime meerderheid zelfs, maar het wetsvoorstel stuitte daarna op bezwaren in de Eerste Kamer. Zij wilden meer duidelijkheid over de informatiepositie van gemeenten ten opzichte van de nieuwe kwaliteitscontroleurs.

Minister Ollongren speelde een belangrijke rol bij de uiteindelijke toezegging voor de wet. Zij wist begin 2019 een bestuursakkoord te sluiten met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waardoor er bij gemeenten en andere maatschappelijke partijen breed draagvlak ontstond voor het plan. In dit akkoord vonden partijen elkaar vooral in een visie die de noodzaak van een nieuw stelsel onderstreept.

Stapsgewijze intreding

De Wet Kwaliteitsborging gaat stapsgewijs in werking treden. De aftrap is op 1 januari 2021, waarbij alleen de bouwwerken in de laagste risicoklasse volgens de nieuwe wetgeving getoetst gaan worden. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. Na verloop van tijd zullen ook bouwwerken uit hogere risicoklassen volgen. Deze wijze van intreding biedt alle betrokken partijen de kans ervaring op te doen in een transitieperiode.